Algemeen

Gedragscode

Inleiding
De gedragscode ondersteunt de organisatiecultuur van OZG; er staat beschreven hoe onze wijze van omgaan met elkaar is. De onlangs geformuleerde missie en visie van onze school zijn uitgangspunten hierbij; deze vormen het kader van ons handelen en geven daaraan ook richting. We vertrouwen op ieders eigen verantwoordelijkheid bij het vertalen van de hierin beschreven richtlijnen naar eigen handelen. We hebben daarbij niet de intentie volledig te zijn. Ook is dit geen handleiding waarin gedragsvoorschriften te vinden zijn. Wel biedt de code voldoende houvast voor betrokkenen om eigen handelen te toetsen en te verantwoorden. In die zin geeft de in deze brochure beschreven code weer wat we van elkaar verwachten en hoe we daarin helder naar elkaar kunnen zijn.

Op de scholen zijn in de loop van de tijd gedragscodes ontwikkeld. Deze waren de basis bij de totstandkoming van deze versie. De schoolspecifieke gedragscodes blijven vanzelfsprekend van kracht.

Uitgangspunt
OZG streeft ernaar een klimaat te creëren waarin alle betrokkenen zich veilig voelen en daardoor optimaal kunnen functioneren. Dit betekent dat we uiterst zorgvuldig omgaan met de machtsongelijkheid die altijd aanwezig is in een onderwijs- en arbeidssituatie. We zijn bereid de omgang met elkaar en onze eigen reactie en houding ter discussie te stellen.

Omgang met elkaar
De omgang met de ander kenmerkt zich door waardering en respect voor het individu, gebaseerd op een professionele grondhouding. We maken daarbij geen onderscheid in religie, seksuele geaardheid, afkomst en cultuur. Vormen van ongelijkwaardige behandeling worden niet getolereerd. Omdat er in een verzorgingsrelatie ook altijd sprake is van een afhankelijkheidsrelatie, wordt hieraan afzonderlijk aandacht besteed. Het is van belang grenzen te stellen aan de betrokkenheid bij problemen/cases. Indien nodig ondersteunen we elkaar daarbij en treden corrigerend naar elkaar op om te voorkomen dat iemand die grenzen overschrijdt. Wanneer we spreken over "omgaan met elkaar", zijn er meerdere werk-relaties aan te geven en te herkennen: (waar we spreken over medewerker, bedoelen we ook stagiaires en vrijwilligers)

Medewerker-leerling

Medewerker-medewerker

Medewerker-werkgever/leidinggevende

Medewerker-externe contacten en relaties

 

De volgende aspecten zijn aan "omgaan met elkaar" te herkennen:

  • Privacy
  • Verzorging
  • Seksuele vorming, intimiteit en relaties
  • Discriminatie en intimidatie
  • Pesten, agressie en geweld


De aspecten zoals die hierboven genoemd zijn, worden hieronder nader uitgewerkt.

Privacy
"Respectvol omgaan met elkaar" betekent dat we de privacy van de ander in alle opzichten in acht nemen. Het spreken met elkaar zal dus niet uitmonden in spreken over elkaar. Inherent aan het werken op een school is dat er veel privacy-gevoelige informatie aanwezig is. We gaan daarom zorgvuldig met alle dossiers (zowel die van leerlingen als die van medewerkers) om en kunnen deze pas na toestemming van de verantwoordelijke inzien. Gegevens uit dossiers worden niet gekopieerd. Onbevoegden krijgen niet de mogelijkheid om dossiers of andere informatie die gevoelig is, in te zien. Anderzijds heeft elke betrokkenen zelf het recht om zijn eigen dossier in te zien, dit met inachtneming van wat daarover in de richtlijnen (wet bescherming persoonsgegevens) gezegd wordt. Het inzien van elkaars mail of post en dergelijke is niet toegestaan.

Wanneer voor studiedoeleinden, presentaties e.d. gebruik van interne cases noodzakelijk is, worden deze zorgvuldig geanonimiseerd. We brengen geen informatie naar buiten zonder daarover tevoren overleg te hebben gehad met de directie. We denken hierbij aan krant, T.V., radio, vakliteratuur en overige tijdschriften.

Verzorging
Het werken op onze school is zeer speciaal als we kijken naar het aspect verzorging. Veel van onze leerlingen/jongeren hebben op gezette tijden fysieke verzorging nodig. Als het mogelijk is vragen we de leerling zelf of en waarbij ondersteuning in de verzorging gewenst is. We respecteren deze wens. We communiceren zoveel mogelijk met betrokkenen over wat we gaan doen en waarom. Wanneer de leerling aangeeft dat niet te willen, respecteren we dat. Bij de verzorging houden we rekening met mogelijke verschillen in culturen. Het aanraken van de ander mag nooit het effect van een ongewenst intimiteit hebben.

Seksuele vorming, intimiteit en relaties
Binnen ons werk hebben relaties altijd het kenmerk van professionaliteit. Het is belangrijk om bij alle contacten die we met elkaar en met leerlingen hebben de grenzen van het toelaatbare in acht te nemen. Omgekeerd mogen we dit ook van de ander verwachten. Seksuele vorming is een lesonderdeel dat als zodanig herkenbaar en te benoemen is. Met vragen van leerlingen betreffende seksualiteit, intimiteit en relaties gaan we discreet om. Grenzen in de omgang worden aangegeven en gerespecteerd. We zorgen ervoor dat contacten met leerlingen/jongeren (behalve tijdens verzorgingsmomenten) in publieke en toegankelijke ruimtes plaats vinden. Bij vermoedens van seksueel misbruik van collega's of leerlingen/jongeren wordt contact opgenomen met de leidinggevende.

Discriminatie, (seksuele) intimidatie
Het discrimineren en intimideren van elkaar, leerlingen/jongeren is niet toegestaan.

Seksistische opmerkingen worden door niemand gemaakt.

Pesten, agressie en geweld
Pesten, agressie en geweld worden niet gedoogd. We zijn alert op pesten, agressie en (verbaal en fysiek) geweld en melden dit bij de direct leidinggevende.

Algemeen

  • We nemen geen geschenken aan van derden zonder dat daarvoor een aanleiding is (verjaardag bijv.).
  • Uiterlijk en kleding zijn correct en afgestemd op de werksituatie.
  • Het gebruik van middelen die het functioneren nadelig beïnvloeden (bijvoorbeeld drugs of alcohol) is verboden.


In alle gevallen waarin twijfel bestaat over te ondernemen acties, is het verstandig contact te zoeken met de leidinggevende om te bepalen wat hierin verstandig is.

Indien u meer wilt weten, verwijzen we naar een uitgebreid klachtendossier dat op elke school aanwezig is. Hierin bevinden zich o.a. de klachtenregeling, de wet bescherming persoonsgegevens en een uitwerking van de school- en groepsregels. Ook liggen de oorspronkelijke versies van de schoolspecifieke gedragscodes ter inzage.

Luizenprotocol

 

Luizenprotocol St.Maartenschool, januari 2010
 
In preventieve zin worden alle leerlingen op hoofdluis gecontroleerd na iedere schoolvakantie.
 
Na constateren van hoofdluis bij een leerling op school:
 
  1. Ouders van de leerling bellen (door de groep), dit vervolgens doorgeven aan coördinator infectieziekten en aan de teamleider. Indien mogelijk hun kind laten ophalen en zo snel mogelijk behandelen.
  2. Wanneer de leerling niet opgehaald kan worden, moet de 1ste behandeling gedaan worden door een medewerker van de groep. Materiaal via de coördinator infectieziekten. Bij diens afwezigheid is de sleutel van de materialen kast te halen bij het secretariaat.
  3. Leerlingen krijgen een brief mee naar huis, van coördinator, waarin melding wordt gemaakt van hoofdluis in de groep. In de brief staan tips voor controle op hoofdluis door de ouders.
  4. Wanneer ouders thuis hoofdluis constateren, dan het kind eerst behandelen en daarna pas mag de leerling weer naar school. Ouders moeten school informeren.
  5. Alle jassen, dassen en mutsen van de kinderen gaan in een luizencape of plastic tas tot het niet meer nodig is.
  6. Speelmateriaal uit de groep waarop gelegen of gezeten wordt reinigen en mutsen, pruiken of ander speel -hoofddeksels 24 uur in een plastic zak doen en in de diepvriezer leggen.
  7. De coördinator, indien afwezig de teamleider, waarschuwt de medewerkers van de beweegactiviteiten ( gym, zwembad, judo en Maartenshoeve) en secretaressen RDB. De leerling mag niet deelnemen
  8. aan de beweegactiviteiten!
  9. Na een week controleert de groep of de leerling luisvrij is. Als dat zo is kan de leerling weer deelnemen aan de beweegactiviteiten. De groep of de coördinator informeert de medewerkers .
  10. Indien een leerling herhaaldelijk last heeft van hoofdluis kan in overleg tussen groep, teamleider en coördinator de GG en GD worden ingeschakeld. Bij aanhoudende hoofdluis ( langer dan 2 weken) kunnen in
    overleg tussen teamleider en medewerkers van beweegactiviteiten afspraken gemaakt worden dat een leerling met een hoofddoekje of een badmuts toch kan participeren bij een beweegactiviteit

>>

Toegang voor ouders