Fysiotherapie

1Een fysiotherapeut richt zich op het onderzoeken en behandelen van kinderen op (grof-) motorisch gebied, met als doel het kind te helpen zo zelfstandig en optimaal mogelijk te functioneren in zijn/haar dagelijks leven.  De therapie is altijd gerelateerd aan een hulpvraag. Voorbeelden van hulpvragen van ouders en/of  kind zijn:
-Mijn kind valt heel vaak, kan hij/zij stabieler worden?
-Wat voor soort orthesen, schoenen of hulpmiddelen zijn voor mijn kind geschikt om beter te leren lopen?
-Kan mijn kind leren om zelf uit bed te komen of zelf in de rolstoel te klimmen?
-Kan mijn kind zelfstandig leren (trap)lopen?
-Kan mijn kind uitstapjes maken op de fiets?
-Wat voor een sport is voor mijn kind geschikt?
-Ik wil graag mee kunnen doen met het tikspel tijdens de gymles.
-Ik wil graag zelf van de glijbaan af gaan.
 
Onderzoek
Na een vraaggesprek met ouders (anamnese), waaruit hulpvragen beschreven worden, start de fysiotherapeut met onderzoek. Dit onderzoek bestaat uit observaties, (gestandaardiseerde) testen en vragenlijsten. De resultaten worden altijd met ouders besproken.
Behandeling
Na het fysiotherapeutische onderzoek worden er in samenspraak met ouders en team doelstellingen geformuleerd en een behandelplan opgesteld.
De therapie wordt individueel of in combinatie met de ergotherapeut en/of logopedist gedaan.
De behandeldoelstellingen zijn pas behaald wanneer de motorische vaardigheden in de praktijk door het kind toegepast worden. Het geven van adviezen aan ouders en andere betrokken teamleden speelt daarom een belangrijke rol in de behandeling.  Dit kan zijn in de vorm van oefeningen in de praktijk, een bewegingsplan, tiladviezen en omgang met hulpmiddelen.

>>

Toegang voor ouders