Over sociale aansluiting, zorgvuldigheid en samen verantwoordelijkheid nemen
“Geen gedoe meer met reistijden en wisselende taxichauffeurs. Ze heeft nu hetzelfde schoolritme als haar zusje. En na school gewoon even afspreken met een vriendin uit de buurt.”
In deze woorden van een ouder zit veel. Rust. Energie. Erbij horen in de eigen wijk.
Een overstap van speciaal naar regulier onderwijs gaat niet alleen over lesstof of tempo. Het gaat over dagelijks leven. Over sociale aansluiting. Over mee kunnen doen.
Steeds vaker onderzoeken we samen met ouders of een overstap naar regulier onderwijs passend kan zijn. De landelijke beweging naar inclusiever onderwijs vraagt dat we die vraag serieus nemen.
Tegelijk weten we dat zo’n stap alleen verantwoord is als die zorgvuldig wordt voorbereid. Niet sneller dan een kind aankan. Niet omdat regulier onderwijs het doel is, maar omdat het voor deze leerling het beste lijkt.
Een overstap komt meestal in beeld wanneer therapieën worden afgebouwd, wanneer onderwijsinhoud meer ruimte krijgt of wanneer ouders en school samen kansen zien. Altijd stellen we dezelfde vraag: is dit in het belang van het kind?
Onze extern begeleider zegt het helder: "een overplaatsing is geslaagd als een kind graag naar school gaat, zich gezien voelt door de leraar en aansluiting vindt in de klas.
Sociale aansluiting weegt daarbij zwaar. Vrienden maken. Meedoen in de groep. Zich welkom voelen in een klas waar anderen elkaar al langer kennen."
Didactische groei is belangrijk. Welbevinden is doorslaggevend.
Een overplaatsing is geen snelle beslissing. Het is een traject waarin ouders, leerling, huidige school en ontvangende school samen optrekken.
Onze extern begeleider verbindt alle betrokkenen. In de onderzoeksfase kijken we zorgvuldig:
Waar staat de leerling didactisch?
In welke groep kan instroom passend zijn?
Welke ondersteuning is nodig?
Kan de reguliere school dat bieden?
Vaak start een leerling met één dag gastleerlingschap. Er wordt geobserveerd. Er wordt geëvalueerd. En het kind zelf krijgt een stem: hoe voelt het?
Ook na een definitieve overstap blijft er contact. Vragen over tempo, gym, meubilair of extra ondersteuning worden samen opgepakt. Zo blijft de driehoek ouders–school–kind stevig staan.
Ouders beschrijven de overstap als spannend.
Wordt mijn kind geaccepteerd?
Kan zij het tempo aan?
Moet ik opnieuw zelf de kar trekken?
Wat vertrouwen geeft, is begeleiding die het proces bewaakt en openheid bij de ontvangende school. Heldere communicatie bij elke stap.
Wanneer het lukt, zien ouders vaak meer energie bij hun kind. Kortere reistijden. Een overzichtelijker dagritme. Vrienden die dichtbij wonen.
Sociale aansluiting blijkt dan geen detail, maar een fundament.
In ons Richtpunt beschrijven we inclusiever onderwijs als onderwijs dat zich aanpast aan de leerling. Een plek binnen Punt Speciaal kan tijdelijk zijn, als stap in een ontwikkeling.
Tegelijk is regulier onderwijs geen eindbestemming op zichzelf. Het gaat niet om ‘zo regulier mogelijk’, maar om ‘zo passend mogelijk’.
Voor sommige leerlingen betekent dat een overstap.
Voor anderen is blijven de juiste keuze.
Soms past een combinatievorm.
We kijken per kind wat nodig is. Dat vraagt tijd, onderzoek en gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Een overstap kent ook reële spanningen.
Het tempo in regulier onderwijs ligt vaak hoger. Leerlingen uit het speciaal onderwijs hebben soms minder onderwijstijd gehad door therapie of medische factoren.
Niet elke reguliere school kan alle ondersteuningsbehoeften bieden. Verschillen in methodes vragen extra afstemming. Een tijdelijke combinatie van twee scholen kan veel energie vragen van een kind.
Daarom blijven we kritisch kijken: past dit echt? En voelt de leerling zich veilig?
Een kwaliteitscoördinator van een ontvangende school verwoordt het zo: "inclusiever onderwijs begint bij de overtuiging dat we samen verantwoordelijk zijn voor ieder kind.
Dat betekent:
een open blik op mogelijkheden;
korte lijnen tussen scholen;
ouders die actief meedenken;
professionals die hun expertise delen.
Alleen in die samenwerking kan een overstap zorgvuldig én kansrijk zijn."
De ambitie richting 2029 is dat inclusiviteit zichtbaar en voelbaar is in onze organisatie. Overplaatsingen maken daar deel van uit, maar zijn nooit een doel op zich.
Wat telt, is dat een leerling zich veilig voelt, mee kan doen en perspectief ervaart.
Soms dichtbij huis.
Soms binnen onze eigen scholen.
Altijd vanuit dezelfde vraag: wat helpt dit kind nu verder?