“Geen gedoe meer met reistijden en wisselende taxichauffeurs. Ze heeft nu hetzelfde schoolritme als haar zusje. En na school even afspreken met een vriendin uit de buurt kan gewoon.”
Met deze woorden beschrijft een ouder wat de overstap naar een school dichter bij huis voor hun dochter betekent.
Voor uitgelicht spraken we met een ouder van een oud-leerling van de St. Maartenschool. Hun dochter maakte onlangs de overstap naar een reguliere basisschool. Niet omdat dat het doel was, maar omdat het op dat moment het best leek te passen bij haar ontwikkeling.
Het gesprek laat zien hoeveel stappen, vragen en samenwerking er komen kijken bij zo’n besluit.
Veel leerlingen starten op de St. Maartenschool omdat zij extra ondersteuning nodig hebben. In de eerste jaren lopen onderwijs, therapie en revalidatie vaak door elkaar.
Ook bij deze leerling was dat zo. “Op de St. Maartenschool had onze dochter nog therapieën, revalidatie en rustmomenten nodig. School was toen een combinatie van herstellen, oefenen en leren.”
In groep 4 veranderde dat langzaam. De therapieën werden afgebouwd en onderwijs kreeg meer ruimte.
“School werd toen echt school. Niet langer een combinatie van revalideren, rusten en leren.” Voor haar moeder werd daardoor ook duidelijker wat haar dochter qua leren kon.
“We waren positief verrast hoe goed ze kan leren.”
Toen rustmomenten en therapieën wegvielen, ontstond voorzichtig een nieuwe vraag: zou onderwijs dichter bij huis ook mogelijk zijn?
Bij een overstap naar een andere school gaat het niet alleen over leerstof of tempo.
Voor ouders speelt sociale aansluiting vaak een grote rol. Aansluiting vinden in een klas. Vrienden maken. Zich welkom voelen tussen leeftijdsgenoten.
Ook voor deze moeder waren dat belangrijke vragen.
Wordt mijn kind geaccepteerd in een klas waar kinderen elkaar al jaren kennen?
Voelt zij zich daar net zo thuis als op de St. Maartenschool?
Tegelijk speelde ook het dagelijks leven mee. “Geen gedoe meer met reistijden en wisselende taxichauffeurs. Ze heeft nu hetzelfde schoolritme als haar zusje.”
Wanneer een school dichter bij huis ligt, verandert het ritme van een gezin. Vriendinnen wonen in de buurt. Even afspreken na school wordt vanzelfsprekender.
Sociale aansluiting blijkt dan geen detail, maar een belangrijk fundament.
Een overstap naar een andere school roept vaak veel vragen op. Bij deze moeder speelde ook een eerdere ervaring mee.
Haar dochter had eerder al eens een gastleerlingschap geprobeerd. Dat liep toen niet goed, vooral omdat begeleiding ontbrak. “Als moeder was ik bang dat ik weer zelf de kar zou moeten trekken.”
Wat het vertrouwen terugbracht, was goede begeleiding in het traject. “In eerste instantie gaf de extern begeleider van de St. Maartenschool ons het vertrouwen terug. Zij nam het voortouw en hield contact met alle betrokkenen.”
Ook de houding van de ontvangende school maakte verschil. “De openheid en het enthousiasme van de medewerkers van de reguliere school gaven veel vertrouwen.”
Belangrijk voor ouders is dat zij betrokken blijven bij elke stap. “Bij elke beslissing kregen we uitleg en konden we meedenken.”
In ons Richtpunt beschrijven we inclusiever onderwijs als onderwijs dat zich aanpast aan de leerling. Iedere leerling ontwikkelt zich anders en daarom kan de best passende plek ook verschillen.
Voor sommige leerlingen blijft speciaal onderwijs langdurig de juiste plek. Voor anderen kan een overstap naar regulier onderwijs op een bepaald moment passend zijn.
Het gaat daarbij niet om ‘zo regulier mogelijk’, maar om ‘zo passend mogelijk’.
Waar kan een leerling zich ontwikkelen?
Waar voelt een leerling zich veilig?
En waar is sociale aansluiting mogelijk?
Het liefst zo thuisnabij mogelijk, wanneer dat past bij de ondersteuningsbehoefte van het kind.
Na de overstap zag deze moeder duidelijke veranderingen bij haar dochter. “Onze dochter zit lekker in haar vel en heeft meer energie. Het tempo op school ligt hoger, maar het dagelijkse ritme werd overzichtelijker."
Ook sociaal veranderde er iets. “De vriendinnen die ze heeft wonen dichtbij en na school even afspreken kan gewoon.”
Voor veel gezinnen zijn dit kleine dingen die een groot verschil maken.
Tot slot deelt deze moeder enkele adviezen voor ouders die een vergelijkbare stap overwegen.
Laat een kind alvast kennismaken met kinderen uit de buurt, bijvoorbeeld via een sportclub, hobby of buitenschoolse opvang.
Praat eerlijk met uw kind over de verschillen tussen speciaal en regulier onderwijs. En zoek contact met ouders van de klas.
“Kinderen zijn nieuwsgierig naar een nieuw klasgenootje. Maar ouders vinden het soms spannend. Door jezelf voor te stellen voorkom je dat mensen zelf dingen gaan invullen.”
De beweging naar inclusiever onderwijs betekent dat we steeds opnieuw kijken waar een leerling het best tot zijn recht komt.
Soms is dat binnen het speciaal onderwijs.
Soms dichter bij huis.
Wat belangrijk blijft, is dat die keuze zorgvuldig wordt gemaakt – samen met ouders, leerlingen en scholen.
Met aandacht voor ontwikkeling en met oog voor sociale aansluiting.